NS 2403 - 24-04-1957 - Eindhoven - collectie NSM
NS 2403 – 24-04-1957 – Eindhoven – collectie NSM

Om de nog resterende stoomlocomotieven in de eind jaren 50 te vervangen werden er 280 diesellocomotieven besteld. Deze series waren verdeeld onder de 2200 en 2400 serie maar waren beiden naar een Amerikaans ontwerp gebouwd. Hierdoor kon de laatste locomotief in 1958 buiten dienst worden gesteld.

Van een beproefd ontwerp werden de eerste locomotieven besteld. Hiervan werden 130 locomotieven besteld bij Alsthom en nog 150 werden besteld bij verschillende fabrikanten in Nederland en Frankrijk.

De locomotieven van de serie 2400 waren ook niet echt ontworpen voor de Nederlandse Spoorwegen (NS). Het Franse Alsthom in Belfort had in de jaren 50 al locomotieven geleverd aan de Franse koloniën en naar diverse andere landen. In de periode 1954-1957 werden de eerste 2400’den uitgeleverd (de 2401 tot 2530), De serie 2200 werd in die periode ook geleverd.

In eerste instantie (1954-1991) deden de machines vanuit Zwolle in diensten in het Noorden. De locomotieven werden ingezet voor reizigerstreinen en later verschenen ze ook in de goederendienst. Een serie locomotieven kwam terecht in Eindhoven, maar op het moment dat het depot Eindhoven sloot verhuisden ze naar Amsterdam Watergraafsmeer vanwaar ze dienst deden in heel Nederland. De locomotieven konden ook in treinschakeling rijden waren combinaties van twee locomotieven niet uitzonderlijk, en na 1970 was een combinatie van drie locomotieven geen uitzondering meer.

De laatste nog bedrijfsvaardige 113 locomotieven kregen 1980 als standplaats Zwolle.

De kleurstelling en uitvoering

Van de locomotieven waren 20 locomotieven hemelsblauw. met vermiljoen rode bufferbalken echter de  de 2416 die werd afgeleverd als 2501 had een andere kleurstelling. De overige locomotieven kwamen in het roodbruin in dienst. De nieuwe Grijs Gele huisstijl kleuren van de NS werd vanaf 1971 geleidelijk ingevoerd. Aflevering waren de locomotieven aan beide kopse zijden  in het bezit van een grote nummerplaat. Op het machinistenhuis waren op beide zijden kleinere ovale nummerplaten aangebracht..

 

Met uitzondering van de 2416 die als 2501 werd afgeleverd, verschenen twintig locomotieven in het hemelblauw met vermiljoenrode bufferbalken. Die kleurencombinatie droegen zij tot rond 1956. De rest kwam in het roodbruin op de baan. Vanaf 1971 werden ze geleidelijk overgeschilderd in de NS-huisstijlkleuren grijs met geel. Oorspronkelijk waren de locs voorzien van grote nummerplaten op de fronten en kleinere ovale platen op de cabines. Deze nummerborden deze nummerborden pasten niet in de  “nieuwe huisstijl” en zijn daardoor verwijderd.  Tegenwoordig zijn het onder treinliefhebbers zeer gezochte verzamelobjecten waar veel geld voor wordt betaald.

Een buitenbeentje de 2530

 

In de treindienst was het zicht vanuit de cabine niet geweldig. Hierdoor werd in 1957 de laatste locomotief met een ander type cabine. De locomotief had een beter comfort en beter zicht

Omdat het uitzicht vanuit de cabine van een 2400 vooral in de treindienst niet zo goed was, werd als proef de laatste, in 1957 geleverde, loc met een afwijkende cabine uitgerust. De cabine is hoger en langer en biedt een beter comfort en uitzicht dan die van de seriegenoten. De 2530 kwam in dienst in een afwijkende kleur: lila met zwart onderstel en dat leverde de loc de bijnaam de bisschop op.

Buitendienststelling

De vroegere NS 2414, in 2009 in Petite-Rosselle (Frankrijk) buiten dienst gesteld als SNCF 662414.Onder Andere door de sluiting van veel Laad en Losplaatsen waren veel minder locomotieven nodig. Zeven exemplaren vertrokken in in Saoedi-Arabië voor Volker dienst te doen. Eigen waren 22 machines van de serie al opgenomen in 1976 opgenomen in de mottenballenvloot, maar ze kwamen allemaal weer in dienst.

 

Kreuk en deuk

Ook de serie 2400 bleef niet bespaart van ongevallen. Enkele werden direct afgevoerd. De eerste onfortuinlijke machine de 2521 was betrokken bij het treinongeval in Beesd op 25-08-1967 na een aanrijding met een dieseltreinstel, hierbij kwamen een Conducteur en een Machinist om het leven.

Spoorweg ongeval Beesd -waarbij de Machinst en de Conducteur van de personentrein omkwamen - 25-08-1967 - Coll. ANP
Spoorweg ongeval Beesd -waarbij de Machinst en de Conducteur van de personentrein omkwamen – 25-08-1967 – Coll. ANP

De ontsporing op 08-11-1981 te Rotterdam Alexander

Nu worden niet alle ongevallen besproken maar dit ongeval op Rotterdam Alexander waarbij de 2438 een ongeval had met een haaks op het spoor liggende Dwarsligger. De loc viel om en beland met zijn neus tegen de perronwand.

 

De Afvoer

Er waren nog 10 machines betrokken bij diverse incidenten tussen 1974 en 1980. Twee jaar later werden vanaf 1982 ook niet beschadigde locomotieven afgevoerd. Veel locomotieven werden tussen 1988 en 1991 afgevoerd. De SNCF nam tussen 1990 – 1992

Tussen 1974 en 1980 sneuvelden nog tien locs. Vanaf 1982 werden ook niet-beschadigde locs gesloopt. Het grootste deel van de serie verdween tussen 1988 en 1991. Hiervan gingen er tussen 1990 en 1992 vijftig stuks naar de Franse SNCF verkocht waar ze ingezet werden voor de aanleg van de hoge snelheidslijnen. In feite wilde de SNCF meer locomotieven willen hebben, maar het restand was al afgevoerd en gesloopt.  Bij de SNCF werden zij de series 62400 en 62500. De SNCF-dochtermaatschappij VFLI enkele van de locomotieven welke in 2008 afvoerde.

In 2009 kwamen in het Belgische Raeren de bedrijfsvaardige locomotieven op eigen kracht aan. De machines waren verkocht aan Rails et Traction wat in Raeren was/is gevestigd. Het bedrijf is inmiddels failliet met de bedoeling ze aan Senegal te verkopen. De locomotieven hebben nog tot 2012 gereden. Echter vandalisme heeft de machines geen goed gedaan.

Nu staat er nog één locomotief de 2413 waarvan de geruchten gaan dat deze ook terug naar Nederland komt. Alleen is deze machine in slechte staat. De 2424 en de 2454 stonden tot 2016 ook in Raeren opgesteld. Ze zijn na een verblijf in het buitenland  Allen na bijna 25 jaar teruggekeerd in Nederland.

Op 14-04-2016 keerde de 2424 terug naar Nederland per dieplader naar de SGB in Soest, de 2354 keerde op 26 mei terug naar Nederland en werd ondergebracht nij de BSH te Haarlem.

 

 

Museumlocs

Bij de NS werden de laatste 2400-en buiten dienst gesteld in 1991. Van de 130 gebouwde locomotieven zijn er in anno 2017 zes exemplaren in Nederland bewaard gebleven.

Het Nederlands Spoorwegmuseum

De 2498 was al in 1983 terzijde gesteld. In 1987 werd de 2498 in het Spoorwegmuseum opgenomen.

De Veluwse Stoomtrein Maatschappij (VSM)

In 1998 keerde de 2459 terug uit Frankrijk terug om in de collectie van de VSM dienst te gaan doen in de Rood-Bruine kleur. In 2009 keerde de 2412 terug in Nederland bij de VSM. Deze locomotief heeft de oude blauwe kleur van voor 1956 in 2013 gekregen.

Sinds 1992 beschikt de VSM over de NS 2530.

 

Stoomtrein Goes Borsele (SGB)

In april 2016 kwam uit Raeren in België de 2424 aan bij de SGB.  Daar zal ze weer dienst gaan doen in de Rood-Bruine kleur.

De Vereniging tot Behoud van Spoorwegmaterieel Haarlem (BSH).

De 2454 keerde in mei terug uit Raeren naar Nederland en is in de geel/grijze kleurstelling teruggebracht en weer rijvaardig gemaakt.

De gereviseerde 2454 - bij STAR - coll. STAR
De gereviseerde 2454 – bij STAR – coll. STAR

 

De fotocollectie